De inlenersbeloning vloeit voort uit de Waadi (Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs) en is uitgewerkt in de cao voor uitzendkrachten, voor ons de NBBU-cao. Het principe: een uitzendkracht krijgt hetzelfde loon en dezelfde vergoedingen als een werknemer in een gelijke of gelijkwaardige functie bij de inlener. Het gaat dus niet om wat het uitzendbureau gebruikelijk betaalt, maar om wat uw eigen cao of beloningsregeling voorschrijft: het juiste schaalloon met periodieken, arbeidsduurverkorting, toeslagen, reisuren, kostenvergoedingen en loonsverhogingen. De verantwoordelijkheid voor het aanleveren van de juiste gegevens ligt bij de inlener; de verantwoordelijkheid voor de juiste toepassing bij het bureau.
1. Periodieken worden niet meegenomen
Bij terugkerende seizoenskrachten is dit de klassieker. Iemand die drie seizoenen achter elkaar bij hetzelfde bedrijf werkt, bouwt onder veel cao's recht op periodieke verhogingen op. Wordt die persoon elk voorjaar opnieuw op het aanvangsloon gezet, dan is de beloning niet conform.
Vraag uw bureau hoe het de opgebouwde dienstjaren van terugkerende krachten registreert. Wij houden dat per medewerker per opdrachtgever bij, zodat de inschaling meegroeit.
2. Arbeidsduurverkorting (ADV) verdwijnt
Kent uw cao arbeidsduurverkorting, dan hoort de uitzendkracht die ook te krijgen: in tijd of in geld. Omdat een flexkracht vaak korter in dienst is, wordt dit regelmatig overgeslagen. Op de loonstrook moet zichtbaar zijn hoe ADV wordt gecompenseerd.
3. Toeslagen worden op het verkeerde bedrag berekend
Ploegentoeslag, onregelmatigheidstoeslag, overwerk en weekendtoeslag moeten worden berekend over het cao-loon van de functie, niet over een lager basisloon dat het bureau hanteert. Het verschil lijkt klein per uur, maar loopt in een piekperiode met veel overwerk hard op.
Controleer op de factuur of het uurtype per regel staat: normaal, overwerk, nacht, weekend. Kunt u dat niet zien, dan kunt u ook niet nagaan of het percentage klopt.
4. Reisuren en reiskosten blijven liggen
Reistijd tussen locaties op verzoek van de werkgever is werktijd. Bij opdrachten waar een ploeg halverwege de dag naar een andere locatie gaat, wordt dat vaak niet geregistreerd. Ook de kostenvergoedingen uit uw cao of regeling, zoals de vergoeding voor woon-werkverkeer, horen bij de inlenersbeloning en gelden dus voor de uitzendkracht.
Wij rekenen vervoer naar de vaste werkplek niet door, en ritten tussen locaties tellen als gewerkte tijd. Dat staat vooraf in de overeenkomst.
5. De cao-wijziging wordt te laat doorgevoerd
Gaan de loontabellen per 1 juli omhoog, dan geldt dat ook voor de uitzendkracht, per diezelfde datum. Loopt de doorvoering een maand achter, dan is er sprake van onderbetaling die u met terugwerkende kracht moet corrigeren.
Bij ons krijgt u voorafgaand aan een cao-wijziging een herberekening met de nieuwe uurlonen, zodat u uw kostprijs kunt bijstellen voordat het ingaat.
Inlenersbeloning: uw risico
Bij onderbetaling kan de uitzendkracht zowel het bureau als de inlener aanspreken: via de ketenaansprakelijkheid voor loon is de inlener mede aansprakelijk. Daarnaast let de Nederlandse Arbeidsinspectie bij controles in de glastuinbouw en de voedingsindustrie standaard op de beloning van flexkrachten. Een dossier waarin per medewerker staat hoe de inschaling is opgebouwd, is dan het verschil tussen een gesprek van tien minuten en een langdurig traject.
Wilt u weten hoe wij de inschaling vastleggen? Neem contact op via de aanvraagpagina en u krijgt binnen één werkdag een voorstel met onderbouwing.

